GRIEKSE MUZIEK INLEIDING     HET RITME     DE DANSEN     REBETIKA     INSTRUMENTEN     MUZIEKFRAGMENTEN


West-Europese muziek is meestal gemaakt in een vierkwarts-maat of een driekwarts-maat. Dit klinkt voor ons erg natuurlijk en het is gemakkelijk om op de maat mee te klappen of te tikken. Bij deze maatindeling is het ook duidelijk wanneer je op deze muziek zou gaan dansen. Je telt in gedachten mee bij de te leren danspassen, in een ritme van 1 2 3 4, 1 2 3 4 of 1 2 3, 1 2 3.
In de muziekvoorbeeldjes hoor je een twee-kwarts en een vier-kwartsmaat. 2/4: 4/4:

De Griekse muziek is naast de gebruikelijke drie- en vierkwarts-maat, ook erg vaak geschreven in een onregelmatige maatsoort. Dit geeft de muziek een speciaal karakter. Wanneer je mee probeert te klappen op de gebruikelijke manier, dan komt het niet uit. Je moet uitgaan van iets anders, een ritme dat wij in West-Europa nog niet zo goed kennen. Dat ritme is een combinatie van groepjes van 2 en 3 tellen. Dat is in feite waar het om draait. Wanneer je combinaties maakt van die groepjes, ontstaan er verschillende nieuwe maatsoorten. Hieronder zie je de meest voorkomende onregelmatige maatsoorten, met luistervoorbeelden.


De vijf-achtsten maat.
Deze kan bestaan uit 3 + 2 of 2 + 3.
In de voorbeelden hoor je 3 + 2:

De zeven-achtsten maat.
Deze kan bestaan uit 3 + 2 + 2 of 2 + 2 + 3. Het groepje van 3 zit altijd aan het begin of het einde, maar komt nooit in het midden.
In de voorbeelden hoor je 2 + 2 + 3

De negen-achtsten maat en de negen-kwartsmaat.
Deze maatsoorten zijn opgebouwd uit: 2 + 2 + 2 + 3 of 3 + 2 + 2 + 2. Het groepje van 3 komt altijd aan het begin of aan het eind.
In de voorbeelden hoor je 2 + 2 + 2 + 3.