
De panfluit is gemaakt van pijpjes die aan de onderkant gesloten zijn. De pijpjes hebben verschillende lengtes
waardoor je verschillende toonhoogten kunt maken.
De panfluiten uit Zuid-Amerika zijn meestal van bamboe.
De fluiten in Europa zijn vaak uit hout gesneden. De naam van de panfluit komt van de Griekse God Pan.
De toon wordt bij de panfluit opgewekt, door half over en half in een pijpje te blazen. Deze natuurlijke manier
van aanblazen kun je gemakkelijk uitproberen met een lege fles. Het kan zelfs gebeuren dat wanneer je een lege
fles buiten in de wind houdt, in een bepaalde houding, dat de wind in de fles blaast en zorgt voor een toon.
De panfluit hoor je vaak in Zuid-Amerikaanse muziek en in muziek van de Balkan, met name uit Roemenië.
Meer bijzonderheden over de panfluit kun je hier lezen.