MAATSOORTEN EN RITME - ENKELVOUDIG, SAMENGESTELD, REGELMATIG EN ONREGELMATIG

Maatsoorten kunnen enkelvoudig of samengesteld zijn. De 2/4, 3/4 en 3/8-maat bijvoorbeeld, zijn enkelvoudig.
De 4/4, 6/8 of 7/8-maat zijn samengesteld omdat ze uit meerdere groepen bestaan. Wanneer die groepen even lang zijn, spreken we van regelmatige maatsoorten. Zijn de groepen niet even lang, dan zijn ze onregelmatig.



Bij de 9/8-maat kan er sprake zijn van een regelmatige maatsoort, maar ook van een onregelmatige.
Aan de accent-tekens (>) kun je de verschillen duidelijk zien.



Normaalgesproken vallen de accenten op de 1e tel van ieder maatdeel.
Op de 1e tel van de maat valt dan het hoofdaccent en op de 1e tel van de andere delen komt er een nevenaccent.
Dit nevenaccent is minder zwaar dan het hoofdaccent.

In de lichte muziek, met name in de jazz, wordt het swingende karakter echter bereikt door bijvoorbeeld in een 4/4-maat juist de 2e en 4e tel extra te accentueren.

De hiervoor gebruikte aanduiding "afterbeat" geeft duidelijk aan dat het hier juist gaat om de slag die na de gebruikelijke accenten komt. Wanneer in deze muziek het accent, wat met name wordt gemaakt door het slagwerk, op de 1e en 3e tel zou komen, zou de muziek zijn karakteristieke swing totaal verliezen.