STUDEERHULP

Wanneer je een nieuw stuk gaat oefenen, moet je alle onderdelen van het stuk telkens op dezelfde manier proberen te spelen.
Wanneer je dat goed doet, kun je het stuk veel sneller instuderen en begrijpen. Volg daarom de aanwijzingen op dit blad.


  • Kijk wat de toonsoort van het stuk (liedje) is. Speel de toonladder die hier bij hoort, de parallelle toonladder en de akkoorden met de omkeringen.


  • Kijk naar de maatsoort. Hoeveel tellen komen er in iedere maat en welke noot is de teleenheid?


  • Tik of klap het aangegeven tempo en bepaal dan in welk (langzamer) tempo je gaat oefenen.


  • Kijk met welke klank (instrument) je moet spelen. Misschien is er wel iets voorgeschreven. Zoek een geschikte voice en style en noteer deze op je blad.


  • Stel je voor hoe het stuk moet klinken, voordat je gaat spelen. Luister naar de midifile en gebruik deze om te oefenen, eerst in een langzaam tempo!


  • Kijk of er vreemde tekens of woorden in het muziekstuk voorkomen. Wanneer je deze niet kent, zoek ze dan op op de website in het hoofdstuk muziekleer.


  • Oefen alles met de genoteerde vingerzetting. Wanneer die er niet bij staat, schrijf deze dan zelf bij! Speel altijd met dezelfde vingerzetting.


  • Oefen eerst langzaam en met beide handen apart. Dan pas samen en geleidelijk aan iets sneller.


  • Begin niet altijd vooraan het stuk om te oefenen, maar ook eens halverwege of dicht bij het einde. Besteed de meeste aandacht aan de moeilijke plaatsen.


  • Geniet van het bezig zijn met muziek en wees trots op elke vordering die je maakt!