Guido van Arezzo (Arezzo, 991 - Avellano, 17 mei? 1033) (Italiaans: Guido d'Arezzo) wordt beschouwd als een
van de belangrijkste grondleggers van de muzieknotatie.
Guido van Arezzo werd onderwezen in de benedictijnenabdij van Pomposa, nabij Ferrara. Omstreeks 1025 werd
hij door bisschop Theobaldus van Arezzo aangesteld om muziekonderricht te geven.
Het bekendste geschrift van Guido van Arezzo is de Micrologus, daarnaast zijn overgeleverd de Aliae regulae,
Regulae rhythmicae en Epistola de ignoto cantu.
Vóór Guido's tijd kende men als notatie het systeem van de neumen.
Hierbij was het echter niet duidelijk of een secunde nu groot of klein was, te meer omdat
men een verscheidenheid van modi (kerktoonsoorten) zong. De grote uitvinding van Guido is dat hij met behulp
van de in zijn tijd overbekende hymne Ut queant laxis een methode bedacht om de grootte van de
secunde stap eenduidig te kunnen noteren.
De hymne begint iedere regel een secunde hoger. Guido gebruikte de beginlettergrepen ut-re-mi-fa-sol-la als
basis van zijn vastlegging. De enige halve stap in deze reeks is tussen de mi en de fa.
Guido ontwikkelde een compleet toonsysteem gebaseerd op deze hexachorden.
Een kleine 900 jaar later, in de 19e eeuw, werden de beginletters van sancte Ioanne gebruikt om een
zevende toon si aan de reeks toe te voegen. In sommige landen werd de ut vervangen door een do (van domine),
omdat ut niet goed geschikt is om te zingen. Zo ontstond de
overbekende reeks do-re-mi-fa-sol-la-si die dus niet geheel van Guido afkomstig is.
In het tweede deel van de twintigste eeuw werd sol vervangen door so,
en si door ti zodat alle beginletters verschillend waren.
De muziek die je hoort is de bekende Johannes-mis "Ut queant laxis".
Het liedje "Do Re Mi" uit "The Sound of Music" is in feite op hetzelfde gebaseerd als de Johannesmis.
De midifile kun je hier downloaden: