Wilhelm Friedemann Bach (Weimar, 22 november 1710 – Berlijn, 1 juli 1784) was een Duits organist, klavecinist,
fortepianospeler, dirigent, muziekpedagoog en componist. Wilhelm Friedemann was de oudste zoon van
Johann Sebastian Bach en Maria Barbara Bach. Hij gold als de grootste organist van zijn tijd en was vermaard
vanwege zijn orgelimprovisaties.
Wilhelm Friedemann Bach studeerde bij zijn vader die vanaf 1720 voor hem een apart Klavierbüchlein, een
muzikaal leerboek, samenstelde.
In 1723 kreeg zijn vader de aanstelling van cantor van de Thomasschule en Thomaskirche in Leipzig.De
familie Bach betrok daar de bijbehorende ambtswoning. Wilhelm Friedemann ging tot 1729 naar de naastgelegen
Thomasschool. J.S. Bach stelde voor zijn zoon een reeks samen van zes triosonates voor orgel (BWV 525-530),
die tot de beste orgelcomposities van de vader behoren. W. Fr. studeerde aan de plaatselijke universiteit o.a.
filosofie en wiskunde. In 1726-1727 kreeg hij in Merseburg vioolles van Johann Gottlieb Graun.
Na zijn studie aan de universiteit van Leipzig werd Wilhelm Friedemann in 1733 organist van de lutherse
Sophienkirche in Dresden. In de kerk bevond zich een beroemd Silbermann-orgel, dat door zijn vader
was ingespeeld. Voor het proefspel van zijn oudste zoon maakte Bach-senior een nieuwe versie van zijn reeds
in Weimar gecomponeerde Praeludium et Fuga in G (BWV 536). Uit voorzorg noteerde Bach Senior 'Vivace'
bij het begin van het Praeludium. Veel van zijn symfonieën, kamer- en klavierwerken
dateren uit deze tijd.
Wilhelm Friedemann vertrok in 1746 naar Halle, en begon met het componeren van cantates, waarvan Gott fähret auf
de meest geslaagde is. In 1747 musiceerde hij met zijn vader in Sanssouci, het nieuwe lustslot van koning
Frederik de Grote van Pruisen in Potsdam, waar hij zijn oude leermeester Graun en zijn tweede broer -
hofmusicus bij de Pruisische koning - Carl Philipp Emanuel Bach ontmoette. Nadat zijn vader in 1750
was overleden, trouwde de elegante Wilhelm Friedemann in 1751 met de dochter van een belastingambtenaar.
Na een ruzie met het kerkbestuur in 1764, omdat hij te lang was weggebleven, besloot Bach
'freelance-musicus' te worden. Hij ging lesgeven en gaf uitvoeringen op het orgel, veelal als improvisator.
Een magistraal Praeludium et Fuga in f (BWV 534) dat tot voor kort aan J.S.Bach werd toegeschreven, blijkt
door Wilhelm Friedemann Bach te zijn gecomponeerd. Over Wilhelm Friedemann's prestaties op het orgel schreef
zijn jongere broer Carl Philipp Emanuel Bach aan Johann Nicolaus Forkel, de allereerste biograaf van J.S.Bach:
Hij kon onze vader beter vervangen dan wij allemaal bij elkaar. Aan het hof in Berlijn oogstte hij aanvankelijk
veel succes maar raakte later opnieuw in financiële problemen omdat hij geen zin meer had in het lesgeven.
Wilhelm Friedemann Bach begon in Berlijn de greep op zijn leven gaandeweg te verliezen. Hij dronk meer dan goed
voor hem was en moest de financiële hulp van vrienden en bewonderaars inroepen. Wilhelm Friedemann verhuisde
diverse malen binnen Berlijn en stierf in kommervolle omstandigheden, vrouw en dochter onverzorgd achterlatend.
De muziek die je hoort is een fragment uit de fluitsonate in E-moll.