Louis Hector Berlioz (La Côte-Saint-André, 11 december 1803 - Parijs, 8 maart 1869) was een Frans componist. Hij was een belangrijk en vernieuwend vertegenwoordiger van de Franse romantiek. Daarnaast was Berlioz actief als muziekcriticus en dirigent. Hij was de zoon van een plattelandsdokter. Hij kreeg in zijn geboorteplaats, tussen Lyon en Grenoble, muzieklessen van zijn vader. Hij werd in 1821 naar Parijs gestuurd om er geneeskunde te studeren. Maar hij kwam er zo onder de indruk van de opera, dat hij tegen de wens van zijn ouders in besloot componist te worden. Vooral de werken van Gluck waren voor hem een openbaring. Gluck zou zijn leven lang een idool blijven.
Wijs geworden schreef hij zich in aan het conservatorium, waar hij les kreeg van Lesueur en Antonin Reicha. In deze tijd ontdekte hij achtereenvolgens de werken van Shakespeare, Beethoven en Goethe, die allen een grote invloed op hem zouden uitoefenen. En hij werd hopeloos verliefd op de Ierse toneelspeelster en Shakespeare-vertolkster Harriet Smithson. Zijn ongelukkige passie voor haar inspireerde hem in 1830 tot het schrijven van zijn Symphonie fantastique.
Berlioz schreef muziek in veel verschillende genres, voornamelijk symfonieën, concertouvertures, opera's, grote koorwerken en orkestliederen.

Zelf noemde Berlioz als de belangrijkste kenmerken van zijn muziek de hartstochtelijke expressie, de innerlijke gloed, de ritmische kracht en het element van verrassing. Berlioz was een zeer kundig orkestrator; hij gebruikte nieuwe orkesteffecten en paste dikwijls nieuwe instrumenten toe in zijn orkestbezetting. Hij permitteerde zich een grote vormvrijheid en introduceerde het leidmotief (bij hem: idée fixe) in de muziek. Berlioz geldt als de vader van de programmamuziek: muziek die een buitenmuzikaal onderwerp uitbeeldt.

Al deze aspecten komen tot uitdrukking in zijn beroemdste compositie, de Symphonie fantastique (Épisode de la vie d'un artiste) uit 1830. Dit werk was onder meer baanbrekend omdat er een uitgebreid geschreven programma aan ten grondslag lag, omdat de instrumentatie vernieuwend was en omdat er een nieuw soort expressie uit sprak. Ongebruikelijk was ook de vorm, onder meer omdat de symfonie vijf in plaats van de conventionele vier delen omvat (overigens had Beethoven met zijn Pastorale al een vijfdelige symfonie gecomponeerd).

Zijn Requiem uit 1837 vereist een zeer grote bezetting met vier extra koperensembles en zestien pauken. De massale passages worden afgewisseld door uiterst verstilde momenten. Bijzonder in dit werk is de bewuste toepassing van ruimtelijke klankwerking; de kopergroepen staan bijvoorbeeld verspreid opgesteld. Berlioz spreekt in dit verband zelf van "architecturale muziek".

Berlioz voltooide drie opera's. De belangrijkste is het omvangrijke werk Les Troyens, geschreven in 1856-1858 en gebaseerd op de Aeneis van Vergilius. Uit praktische overwegingen was Berlioz gedwongen het werk in tweeën te splitsen, waarna alleen het tweede gedeelte, Les Troyens à Carthage, in 1863 uiteindelijk opgevoerd werd. Pas laat in de twintigste eeuw is men de volledige opera gaan waarderen als een hoogtepunt in het genre.

De muziek die je hoort is een fragment uit het 5e deel van de symphonie fantastique.