Josquin Des Prez (verm. nabij Saint-Quentin, na 1450 - Condé-sur-l'Escaut, 27 augustus 1521)
was een Bourgondische componist uit Condé-sur-l'Escaut. Zijn naam wordt ook gespeld als Des Prés,
Després en Desprez. Hij wordt wel de voornaamste componist van de Renaissance genoemd. Hij was vooral werkzaam
in Frankrijk en ook enkele jaren in Italië.
Josquin genoot faam als componist en pedagoog. Kenmerkend voor zijn muziek zijn de grote doorzichtigheid en
de hechte structuur, waarbij de muziek nauw aansluit bij de tekst.
Hij werd vermoedelijk geboren tussen 1450 en 1455, niet in 1440, zoals lang werd gedacht ten gevolge van een
persoonsverwarring met de zanger Josquin de Kessalia (1440-1498), die in de jaren 1470 verbonden was aan de
kathedraal van Milaan. Over de jeugd van Josquin Des Prez is zo goed als niets bekend, maar in 1477 was hij in
dienst van hertog René I van Anjou te Aix-en-Provence en later wellicht te Parijs. Van 1489 tot 1494 was hij
in dienst van de pauselijke kapel.
Einde de jaren 1490 was hij weer in Frankrijk, wellicht in dienst van koning Lodewijk XII en de kathedraal
van Cambrai. Later werd hij gedurende één jaar (1503-1504) koormeester van hertog Ercole I d'Este van Ferrara.
Ter ere van zijn werkgever schreef hij in Ferrara de mis Hercules Dux Ferrariae. Hij componeerde zijn motet
Miserere op verzoek van de hertog. In 1504 vluchtte hij uit Italië vanwege een pestepidemie en enige tijd
later werd hij provoost van de collegekerk Notre Dame in Condé-sur-l'Escaut (Frankrijk).
Josquin schrijft zijn muziek met de tekst als uitgangspunt. Bij eerdere componisten, zoals Dufay en Ockeghem
is de tekst nog wel eens ondergeschikt geweest aan de melodiën. De tekst wordt zodoende goed verstaanbaar voor de
toehoorder. Volledige vierstemmigheid wordt dan ook door Josquin bijna niet gebruikt.
Op het gebied van harmonisering van de samenklanken zet Josquin min of meer de norm. Zijn indeling op basis
van harmonie volgens de cadensering van de trappen (V-I en ook IV-V-I) wordt door andere componisten vanaf
die tijd veelvuldig gebruikt.
Een toepassing van zijn technieken is te vinden in het motet Ave verum, virgo serena. Hierin gebruikt
Josquin per vers een verschillende imitatie-techniek. In het motet zijn te onderscheiden; (gewone) imitatie,
paarsgewijze imitatie (twee stemmen imiteren twee anderen) en de canon-techniek.
De muziek die je hoort is "Ave Maria".