Philip Glass (Baltimore, 31 januari 1937) is een Amerikaans componist. Zijn muziek valt onder Minimal music,
hoewel hij zelf de term theatermuziek gebruikt.
Glass heeft wiskunde en filosofie aan de universiteit van Chicago gestudeerd en was al op zijn negentiende
afgestudeerd. Hij wilde echter componist worden. Hij studeerde fluit aan het conservatorium
Peabody Conservatory of Music. Daarna studeerde hij verder aan de Juilliard School of Music waar hij
hoofdzakelijk keyboard speelde. Na zijn studie reisde Glass naar Parijs voor twee verdere jaren van
studie bij Nadia Boulanger. Hier werd hem gevraagd om de Indiase muziek van Ravi Shankar om te zetten
in Westerse muzieknotaties. Hiervoor reisde hij naar Noord-India in 1966, waar hij in contact kwam met
Tibetaanse vluchtelingen. Hij werd Boeddhist, en leerde Tenzin Gyatso kennen, de veertiende dalai lama,
in 1972. Hij ondersteunt de Tibetaanse zaak, onder andere door zijn medewerking aan het Tibet House,
een initiatief met onder andere de acteur Richard Gere.
Het werken met Ravi Shankar, en zijn opvatting van ritme in de Indiase muziek, heeft tot de specifieke
stijl van de muziek van Philip Glass geleid. Toen hij terugkeerde hield hij zich niet meer bezig met
de componeerstijl van voor zijn reizen en begon met het schrijven van zware stukken gebaseerd op
additieve ritmes en een tijdgevoel dat werd beïnvloed door Samuel Beckett, wiens werk hij leerde
kennen toen hij voor experimenteel theater schreef. Glass vormde het Philip Glass Ensemble en speelde
vooral in kunstgaleries. Zijn werk werd langzaam minder zwaar maar complexer, waarbij uiteindelijk Music
in Twelve Parts ontstond. Zijn eerste opera Einstein on the Beach maakte hij samen met Robert Wilson.
Dit werd uiteindelijk een trilogie met Satyagraha, gebaseerd op het leven van Mahatma Gandhi en zijn
ervaringen in Zuid-Afrika, en met een sterke vocale en orkestrale compositie in Akhnaten, dat het leven
verhaalt van de Egyptische farao Achnaton. Akhnaten is onderdeel van een trilogie waarin de grote
revolutionairen van de wereldgeschiedenis ten tonele gevoerd worden. Achnaton dankt de titel van
revolutionair aan het feit dat hij als eerste een poging deed een monotheïstisch georiënteerde
samenleving in te richten. Achnaton staat in dit verband naast Satyagraha en Albert Einstein. Het werk
wordt in de talen Akkadisch, bijbels Hebreeuws, oud-Egyptisch en in de taal van het publiek gezongen.
Het werk van Philip Glass voor het theater bevat veel composities voor de groep Mabou Mines, die hij
heeft gesticht in 1970.
Sinds de jaren negentig schrijft Glass meer en meer conventionele klassieke muziek voor strijkkwartet
en symfonieorkest. Glass heeft gewerkt voor David Bowie, Godfrey Reggio en Errol Morris.
Voor zijn filmmuziek is Philip Glass drie maal genomineerd voor een Academy Award, echter zonder
er een te winnen. Het ging om Kundun (1997), The Hours (2002) en Notes on a scandal (2007).
Hij componeerde ook de muziek voor de film Compassion in Exile: The Life of the 14th Dalai Lama
en speelt een rol in de documentaire Refuge van John Halpern uit 2006.
De muziek die je hoort is uit de film "The Hours".