Aram Iljitsj Chatsjatoerjan (Armeens: Արամ Խաչատրյան, Russisch: Аpaм Ильич Xaчaтypян) (nabij Tiflis, 6 juni 1903 - Moskou, 1 mei 1978) was een Sovjet-Russische componist en cellist van Armeense afkomst. Hij werd geboren dichtbij Tiflis (Huidig Tbilisi in Georgië) in een arme Armeense boekbindersfamilie. Chatsjatoerjan was al vroeg gefascineerd door de Armeense, Georgische en Azerbeidjaanse volksmuziek in zijn omgeving. Gedurende zijn schooltijd speelde hij tenorhoorn. Hij leerde wat Russisch en verhuisde op negentienjarige leeftijd naar Moskou om er biologie aan de Staatsuniversiteit van Moskou te studeren. Al na enkele maanden stapte hij over naar het instituut voor muziekpedagogie "Gnessin" (nu: Gnessin Staats Academie voor Muziek), waar hij zich voor cello inschreef. Na drie jaar stapte hij nog een keer over, ditmaal naar de compositieklas en nog een jaar later ging hij naar het Moskou Conservatorium P. I. Tsjaikovski (Russisch: Московская Государственная Консерватория им. П.И.Чайковского), waar hij werd onderwezen door onder meer Nikolaj Mjaskovski en Michael Gnessin. Daar kwam hij - samen met Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj - tevoorschijn als één van de populairste en meest succesvolle componisten van de Sovjetperiode. In 1933 beëindigde Chatsjatoerjan zijn studie op de leeftijd van 30 jaar en trouwde hij met zijn medestudente Nina Makarova. Zijn eerste grote werk was zijn eindexamenwerk, zijn eerste symfonie. Door zijn eerste pianoconcert (1937) begon hij internationale bekendheid te krijgen, wat verder toenam met zijn vioolconcert (1940), dat hij voor David Oistrach schreef. In 1948 werd Chatsjatoerjan door het zogenaamde Zjdanov-besluit van modernisme en burgerlijke decadentie beschuldigd. Vanwege de dreigende implicaties voelde Chatsjatoerjan zich genoodzaakt zich in het tijdschrift Sovjetskaja Musik te verontschuldigen.

Chatsjatoerjans muziek valt op door haar melodiek, de kleurrijke orkestratie, en de karakteristieke ritmiek. Invloeden uit de Armeense volksmuziek zijn prominent in zijn werken aanwezig. Men heeft Chatsjatoerjan vaak verweten dat hij zich als staatskunstenaar geheel in de ideologie van het sovjet-realisme voegde. Daardoor zouden zijn werken zich beperken tot oppervlakkige indrukken, grenzend aan folkloristische smartlappen. Wie echter zijn viool- en celloconcert beluistert, zal daarin het tegendeel van sovjet-realisme horen. Het celloconcert was zelfs de aanleiding om Chatsjatoerjan van "formalisme" te beschuldigen. Formalisme stond in de Stalinistische tijd gelijk aan verraad aan het volk. Met deze term bedoelde het dictatoriale bewind aan te geven dat een bepaald kunstwerk geen inhoud zou hebben, waarmee dan specifiek een gebrek aan socialistisch-realistische inhoud werd bedoeld (alle overige soorten van inhoud werden als oneigenlijk beschouwd). Door het ontbreken van inhoud, zou een dergelijk werk slechts uiterlijke vorm hebben en daardoor het volk misleiden.

Chatsjatoerjans composities omvatten symfonieën en andere werken voor orkest, film- en theatermuziek, werken voor harmonieorkest, kamermuziek, en een groot aantal patriottische en populaire liederen. In het westen is hij voornamelijk bekend geworden als componist van instrumentale concerten en levendige composities voor ballet, zoals Gajaneh (met name de Sabeldans daaruit is erg bekend) en Spartacus (waarvan het adagio later werd gebruikt als thema bij de televisieserie The Onedin Line). Ook zijn toneelmuziek voor Lermontovs Masquerade geniet bekendheid.

De muziek die je hoort is het mooie thema uit Spartacus.
Een midifile van de beroemde sabeldans: