Gustav Mahler (Kaliště, 7 juli 1860 – Wenen, 18 mei 1911) was een in Bohemen geboren en opgegroeide Oostenrijkse componist en dirigent van Joodse afkomst. Mahler gold als een van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd, maar wordt tegenwoordig vooral gezien als de componist die de late romantiek verbonden heeft met de moderne periode van de klassieke muziek. Als dirigent was hij onder andere actief aan de operahuizen van Boedapest en Hamburg en aan de hofopera te Wenen. In Wenen was hij tevens dirigent van de Wiener Philharmoniker.

Typerend voor Mahlers werk is de unieke wijze waarop hij zang kan verbinden met instrumentale muziek. Verder maakte hij het aspect klankkleur steeds belangrijker door het tot onderdeel van de muzikale structuur te maken. Het eerste deel van de 9e symfonie is hiervan een goed voorbeeld. Toen Mahlers reputatie als dirigent eenmaal gevestigd was, trok hij zich in de zomermaanden soms geheel terug in zijn afgelegen 'componeerhuisjes', waar hij zijn symfonieën in alle rust kon schrijven.

In 1902 huwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (1902-1907) en Anna (1904-1988), die later beeldhouwer zou worden. Mahler heeft Sigmund Freud bezocht om over de oorzaken van het slechte huwelijk te praten. Tijdens hun wandeling door de Breestraat in Leiden op 10 augustus 1910 zou Freud gezegd hebben dat Mahler in elke vrouw zijn moeder zocht.

Zijn houding tot de symfonische vorm heeft zijn gehele leven en tot op heden toe grote bewondering, maar ook tegenstand gekend. De meeste van zijn symfonieën zijn groots van structuur, hebben een tijdsduur van tenminste een vol uur en doen een beroep op maximale orkestrale middelen. In navolging van Beethovens 9de symfonie maakte hij gebruik van zangstemmen in de 2de, 3de, 4de en 8ste symfonie. De laatstgenoemde vereist een groot aantal executanten en wordt daarom wel "Sinfonie der Tausend" genoemd. Daartegenover staat de orkestrale liedcyclus Das Lied von der Erde, die hij ook "eine Sinfonie" noemde. De 10de symfonie bleef onvoltooid, maar diverse musicologen, onder wie Deryck Cooke, hebben 'uitvoeringsversies' gemaakt van de nagelaten schetsen. Mahler maakte ook bewerkingen van symfonieën van o.a. Beethoven en Schumann en voerde die zelf uit. Ook voltooide hij, op verzoek van de familie Von Weber, de opera "Die drei Pintos" van Carl Maria von Weber (première 20 januari 1888 te Leipzig). Uiteindelijk bracht hij zijn muziek tot aan de rand van de tonaliteit, maar hij bleef altijd opvallend trouw aan de klassieke symfonievorm. Tegenwoordig wordt Mahler beschouwd als de directe voorloper van Arnold Schönberg, Alban Berg (deze componist werd sterk beïnvloed door Gustav Mahlers unieke instrumentatie) en Anton Webern. Op uitnodiging van Willem Mengelberg dirigeerde Mahler het Concertgebouworkest in 1903, 1904, 1906 en 1909 bij de uitvoering van zijn eigen werk. Mahler, die de reputatie genoot een lastig en despotisch dirigent te zijn, was vol lof over het orkest en zijn dirigent. Via Mengelberg raakte hij bevriend met Alphons Diepenbrock die hij 'een interessante Hollandse musicus' vond die 'eigenaardige kerkmuziek' schreef. Dankzij Mengelberg en andere bevriende dirigenten als Bruno Walter en Otto Klemperer en na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein groeide langzaam de waardering en belangstelling voor het oeuvre van Mahler. Tegenwoordig hebben zijn werken een vaste plaats in de programmering van menige concertzaal en in het concertrepertoire van elk symfonieorkest.

De muziek die je hoort is een fragment uit de eerste symfonie.