Mozart werd in 1756 in Salzburg geboren. Hij mag met recht een wonderkind worden genoemd. Zijn vijf jaar oudere zusje
Nannerl kreeg pianolessen van hun vader. Wanneer de kleine Wolfgang dan luisterde naar haar pianospel, probeerde hij
daarna zelf de melodiëen na te spelen en uit te zoeken welke tonen wel en niet bij elkaar pasten.
Vader Leopold gaf zijn kinderen vanzelfsprekend muziekonderricht; hij was violist, componist en kapelmeester van het
Salzburger orkest. Het is daarom ook verklaarbaar, dat een zeer muzikaal knulletje zich dan ook snel ontwikkelt op het
muzikale vlak.
Toch blijft het iets bijzonders, dat een klein jongetje zo'n geweldig muzikaal geheugen heeft en al op
zesjarige leeftijd z'n eerste composities maakt. De kleine Wolfgang werd door zijn vader al snel gestimuleerd om z'n
eerste concerten te geven, en op zevenjarige leeftijd begon hij aan een verbluffende serie concertreizen, naar o.a. Wenen,
München, Parijs en Londen. Maar ook trad hij op in Italië, België en Nederland. Hij kreeg dan wel
veel bekendheid in het buitenland, maar dat wilde nog niet zeggen dat het allemaal zo gemakkelijk ging; een musicus
was in die tijd niet bepaald iemand van hoog aanzien.
Mozarts moeilijke karakter en zijn, soms nogal scherpe uitspraken, deden hier natuurlijk ook geen goed aan. Op zijn
tweeëntwintigste overleed zijn moeder, die hem toen vergezelde op zijn reizen. Uit brieven uit die tijd, die hij aan
zijn vader schreef, blijkt dat hij veel van zijn ouders heeft gehouden.
De muziek die je op de achtergrond hoort is Mozart's 40e symfonie.
Een midifile daarvan kun je hier downloaden.
En ook: Eine kleine nachtmusik:
De sonate in C:
En de Turkse mars: