Niccolò Paganini (Genua, 27 oktober 1782 – Nice, 27 mei 1840) was een in het Italiaanse Genua geboren
vioolvirtuoos en componist. Op elfjarige leeftijd trad hij voor het eerst op als violist, na muziekonderricht
van zijn vader te hebben genoten en les op gitaar zowel als viool. Vanaf 1797 reisde hij door Europa en
trad op in onder andere Wenen en Parijs. Zijn bekendheid groeide hierdoor. In 1831 ging hij voor het eerst
op tournee in Engeland.
Veel mensen geloofden dat Paganini een 'duivelsviolist' was. Paganini versterkte de legendevorming om
zijn persoon door 's nachts op kerkhoven voor de doden te spelen. Hij had ook de gewoonte om voor
een concert zijn gezicht wit te schminken om zo nog meer tot de verbeelding te spreken, als lijdend
kunstenaar. Een mysterieuze ziekte zorgde voor nog meer mystificatie rondom zijn persoon. Hij leed
namelijk aan het Marfan syndroom, hierdoor had hij zeer lange vingers.
In 1834 schreef Hector Berlioz op Paganini's verzoek een compositie voor altviool en orkest,
getiteld Harold in Italië, die Paganini echter nooit heeft uitgevoerd.
Niccolò Paganini overleed in Nice op 57-jarige leeftijd.
Zijn oeuvre bevat onder meer 6 vioolconcerten, concertstukken voor viool en orkest, 12 sonata's voor
viool en gitaar, als ook de beroemde 24 Capricci voor viool solo, studies voor viool, enzovoort.
Paganini en zijn werk hebben veel andere componisten geïnspireerd. Franz Liszt bijvoorbeeld, was
gefascineerd door Paganini's virtuositeit en streefde in zijn pianowerken en -uitvoeringen naar een
gelijke perfectie. Sergei Rachmaninov schreef in 1934 een eendelig werk voor piano en orkest
(Rapsodie op een thema van Paganini, op. 43) waarin 24 variaties op het thema uit Paganini's
Caprice in a mineur de revue passeren. Johannes Brahms componeerde op hetzelfde thema
variaties voor piano solo.
De muziek die je hoort is een fragment uit het eerste vioolconcert.