HET VERHAAL VAN DE MOLDAU.
De Moldau is de rivier, die van zuid naar noord door
Tsjechië stroomt, midden door het Boheemse land en de hoofdstad Praag. Boven Praag mondt hij tenslotte uit in
de Elbe. Luister terwijl je verder leest naar het gehele muziekstuk. Je moet je echter wel realiseren dat je hier de
midifile hoort en niet het originele orkestwerk. Misschien een goede reden om het hele stuk eens op YouTube of CD
te beluisteren. Ondertussen kun je de notenvoorbeelden bekijken door op de balkjes
te klikken.
Het symfonische gedicht over de Moldau begint met een "kabbelend" fluitmelodietje,
dat het allereerste stroompje illustreert van het kleine beekje, dat nauwelijks nog Moldau genoemd kan worden, maar het
kleine beekje wordt iets breder en dan is daar het bekende thema van de strijkers, de hoofdmelodie,
het leidende motief gedurende het hele stuk. In gedachten
stappen we op dat moment in een bootje, dat net genoeg water onder zich heeft om te kunnen drijven, en laten ons onder
de prachtige klanken van het hoofdthema, meedrijven met de stroom. De melodie duurt voort en het kleine beekje wordt
langzamerhand een riviertje.
Dan zien we in het bos naast ons een groep jagers. Smetana laat de jachthoorns klinken. De rivier gaat sneller en
krachtiger stromen.
Het stuk is inmiddels gemoduleerd naar C-majeur. Nauwelijks hebben we het woeste gebied verlaten,
waar zich de jacht afspeelde, of de rivier bereikt een dorp.
We glijden tussen de huizen door en zien dan het grote erf van een boerderij. Op de binnenplaats en in de tuin
wordt feest gevierd: Er is zojuist een huwelijksplechtigheid geweest en aan de vrolijke muziek horen we duidelijk
dat het feest in volle gang is en dat er volop wordt gedanst. Smetana's kunstwerk laat ons de karakteristieke
melodie in G-majeur horen van de boerenbruiloft.
Langzaam wordt het dansende gezelschap aan ons
oog onttrokken en terwijl de klanken van de feestmuziek ons slechts nog in flarden bereiken, dobberen we het dorp weer
uit, steeds verder drijven we de rivier af.
Ondertussen begint het te schemeren en alles om ons heen wordt stil. Het enige dat we nog horen, is het constante
geruis en gekabbel van het water. Zacht klinkt op de achtergrond het fluitmelodietje uit het begin van het stuk en
dan valt de duisternis. De langzame melodie van de strijkers schildert op voortreffelijke wijze de donkere nacht,
met de daarbij behorende rust, maar aan de andere kant toch ook een beetje onrust van de rivier, die alsmaar sneller
begint te stromen. Dan wordt het langzamerhand licht; de zon werpt haar stralen op het heldere water en de rivier
is intussen een stuk breder geworden, maar ook dreigender.
Een beetje onrustig leiden de houtblazers ons naar een soort climax. De zon schijnt volop en
dan is daar de bekende hoofdmelodie weer terug,
als een bevestiging, dat we nog steeds dezelfde rivier bevaren en bewonderen.
Maar dan komt de oorzaak van de enigzins onrustige ondertoon: De rivier wordt wilder en even later zitten we
midden in een gevaarlijk deel met stroomversnellingen. Woest worden we in ons bootje heen en weer geslingerd.
In de muziek horen we diverse thema's door elkaar, als teken van dit enorme natuurgeweld. Er lijkt geen einde
te komen, aan de meedogenloze aanval van de golven.
Maar toch komt de rivier weer tot rust. De hoge golven verdwijnen en
nog éénmaal laat Smetana zijn schitterende hoofdmelodie horen, echter nu in majeur.
want de brede watervlakte bereikt nu zijn eindpunt. De melodie loopt over in een statige, maar ook krachtige
eindmelodie in E-majeur.
De brede Moldau eindigt zijn stroom en mondt uit in de rivier de Elbe. Deze zal zich nog vele kilometers
door Noord-Duitsland slingeren, om uiteindelijk bij Hamburg uit te monden in de Noordzee. Maar dat is een
ander verhaal. En terwijl wij uitstappen en ons bootje op de kant trekken, ebt de muziek weg tot bijna
gehele stilte en sluit Smetana zijn gedicht af met twee krachtige slotakkoorden in E Majeur;
de Moldau is ten einde!