Pjotr Iljitsj Tsjaikovski of Tsjajkovski (Russisch: Пётр Ильич Чайковский) (Votkinsk, 7 mei 1840 – Sint-Petersburg, 6 november 1893) was een Russisch componist wiens muziek door landgenoten uit zijn tijd als te westers werd bestempeld.
Tsjaikovski was eerst ambtenaar, ging muziek studeren aan het Conservatorium van Sint-Petersburg en werd toen leraar aan datzelfde conservatorium. Een rijke bewonderaarster, gravin Nadesjda Filaretovna von Meck, bood hem in 1877 de mogelijkheid zijn leven geheel aan het componeren te wijden. Jarenlang onderhielden zij een innige briefwisseling, maar Tsjaikovski heeft haar nooit willen ontmoeten.

Tsjaikovski reisde veel en werd overal geëerd, maar was een eenzelvig en eenzaam mens. Naast 6 symfonieën schreef hij o.a. symfonische gedichten, waaronder de ouverture 1812, opera's, waarvan Jevgeni Onegin de bekendste is, pianowerken en werken voor viool. Vooral zijn eerste pianoconcert, zijn vioolconcert, zijn laatste drie symfonieën, zijn balletmuziek (Het Zwanenmeer, op. 20 (1877), De Schone Slaapster (Doornroosje), op. 66 (1890), De Notenkraker) en zijn Ouverture 1812 worden vaak uitgevoerd.

Tsjaikovski slaagde erin om invloeden uit de West-Europese klassieke muziek succesvol te verbinden met de Russische muziek. Zijn muzikale voorkeur ging uit naar Mozart en Mendelssohn. Zijn werken zijn ook geliefd vanwege de zeer welluidende orkestratie en de rijkdom aan melodieën.

De muziek die je hoort is het begin van het eerste pianoconcert.
Twee midifiles om te downloaden; Het pianoconcert en de bloemenwals: