Akkoorden bij een liedje schrijven in 4 stappen.

2. De hoofdakkoorden

2. De drie te gebruiken hoofdakkoorden zijn:

        I    - Tonica       -       het akkoord op de grondtoon     -     in C is dit de C

        V    - Dominant       -     het akkoord op de bovenkwint   -   in C is dit de G

        IV   - Onderdominant   -   het akkoord op de onderkwint - in C is dit de F


Wanneer je de basistoon van de toonsoort neemt, zet je er een kwint bovenop en een kwint onder.
Op die manier vind je snel de drie hoofdakkoorden.
In het tekeningetje rechts zie je dit met behulp van de 5-tonenrijen van F en C.


Onthou de relatieve aanduidingen in Romeinse cijfers: I, IV en V; deze gelden voor alle toonsoorten.

I = TONICA     IV = ONDERDOMINANT     V = DOMINANT


De drie hoofdakkoorden kunnen nog worden uitgebreid met de nevendrieklanken, maar voor eenvoudige liedjes is dat meestal niet nodig.

We hebben nu de 3 akkoorden die we kunnen gebruiken: C-maj, F-maj, en G-maj.