VORMLEER - DE FUGA - DE EXPOSITIE





De expositie begint één-stemmig, met de hoofdmelodie. De hoofdmelodie is het fuga-thema. Het hele muziekstuk draait om deze melodie. Wanneer dit thema afgelopen is, begint meteen de beantwoording van het thema. Dat betekent dat nu de tweede stem begint en deze melodie is precies hetzelfde, maar begint een kwint hoger dan de eerste thema-inzet.



De eerste thema-inzet van zo'n combinatie van twee noemen we de dux, de tweede inzet heet comes. Terwijl dit tweede thema klinkt, loopt de eerste stem gewoon door, met een verlenging of variatie van de melodie. De eerste melodie begeleidt nu de tweede.

Wanneer de tweede melodie ook afgelopen is, volgt een kort deeltje van een paar maten, dat als overgang dient naar de volgende inzet, de derde stem, weer met het hoofdthema, in dezelfde toonsoort als de eerste inzet. De andere twee stemmen begeleiden de derde stem.

Tot slot komt ook de vierde thema-inzet, soms in de melodie, maar vaak in de bas, bij het orgel dus het pedaal. Deze inzet wordt weer een kwint hoger genomen dan de derde inzet. De andere drie stemmen begeleiden nu de vierde stem. Het gedeelte tot hier toe wordt de expositie genoemd, omdat de componist hier letterlijk zijn fuga-materiaal heeft "tentoongesteld".

Na de expositie volgt er een duidelijke afsluiting, die echter geen algeheel slot is, want de fuga gaat nu verder met het deel dat we doorwerking noemen.